Amstel, Greet Van [4 ]

Amsterdam, 6 november 1903 - Amsterdam, 4 januari 1981

Biografie: Greet Van Amstel

Greet van Amstel, zo liet ze zich noemen, werd geboren op 6 november 1903 als Gretha Leijden van Amstel te Amsterdam. Van 1920 - 1922 verbleef ze met Lodewijk (Lo) Lopes Cardozo, haar eerste man, te Berlijn. Hier kwam ze voor het eerst met moderne kunst in aanraking. In 1923 teruggekeerd naar Amstedam werd zij leerlinge van het Insituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, waar ze werkte onder de beeldhouwer Berend Jordens en later ook in het atelier van John Raedecker.

In 1930 werd ze lid van De Onafhankelijken. Haar beeldhouwwerken worden beoordeeld als expressief-figuratief naar bewogen absract. Van haar vooroorlogse werk is niets overgebleven: in hun blinde haat vernielden de Duitsers alle beeldhouwwerken ! Al jong was ze bij de politiek betrokken; anti-fascistisch en ze voelde zich ook verbonden met anarchistische jeugdbewegingen. Geen wonder, dat ze na 1940 in een van de eerste verzetsgroepen actief was: de groep rond Henk Seevliet, die later in het kamp Amersfoort gefusilleerd is. Waarsschijnlijk door verraad wordt ze in februari 1943 gearresteerd door de Duitsers en na een gevangenschap in Scheveningen, via Westerbork met man en dochter Sonja (Rita) op transport gesteld naar het beruchte concentratiekamp Auschwitz in begin april 1944. Bij de selectie ziet ze haar man voor het laatst; hij word vergast op 8 april.

Heeft Greet toen ook geweten, dat een zus en twee broers met hun echtgenoten plus enkele tientallen andere familieleden van juli 1942 tot november 1943 hier al de dood gevonden hadden? Ze maakt daar tien verschrikkelijke maanden door, die ze zelf later beschrijft in haar bundel "Verboden te leven" en in een artikel: "Auschwitz, waar de rails ophielden". Zij moet aanzien, hoe haar negentien-jarige dochter op 31 augustus weggevoerd wordt naar de gaskamers. Ze blijft wonderbaarlijk in leven. Als eind januari 1945 de Russen het kamp naderden, worden de meeste gevangenen afgevoerd naar andere kampen (dodenmarsen), en anderen blijven achter waaronder ook Greet van Amstel. Op sinistere wijze ontkomt ze aan de massaliquidatie, die de SS op het laatst moment nog uitvoert.

Door Russische soldaten wordt ze gered. Een lange reis volgt: via Odessa in Rusland en Marseille komt ze in juni 1945 weer in Amsterdam aan. Ze weet dan waarschijnlijk nog niet, dat haar zoon Matthieu de vorige maand ergens in Duitsland is omgekomen. Alleen met haar zoon Paul overleeft ze de oorlog.

Ze gaat weer beeldhouwen: haar kampervaringen drukt ze in beelden van steen uit. Maar dat gaat steeds moeilijker door een ernstige rugbeschadiging, die haar in Auschwitz was toegebracht. Gestimuleerd door de kunstenaar Willy Boers met wie ze in 1954 trouwt, gaat ze later ook schilderen (abstracte composities).

In 1957 begint ze te schrijven en te dichten (zie bronvermelding). In 1958 voltooit ze het lange gedicht: "En er viel geen duisternis op de aarde". Ze doet mee aan exposities waar ze onder andere in 1971 haar gemengde schildertechnieken tentoonstelt. In 1973 word ze lid van de Amsterdamse Kunstenaars Werkgroep. Ook de politie liet ze niet los. Nog in 1972, ze was toen bijna 70 jaar, sprak ze in een hoorzitting van de tweede kamer over de "Drie van Breda" (beruchte oorlogsmisdadigers).

Greet overlijdt in haar geboorte stad. Een Leijden van Amstel, die met passie voor de kunst en soms ook voor de politiek, heeft geleefd.