Decock, Gilbert

Knokke, 24 april 1928 - 23 september 2007

Biografie: Gilbert Decock

Gilbert Decock is een Belgische kunstschilder, beeldhouwer en juwelenontwerper, geboren in Knokke op 24 april 1928. Tussen 1946 en 1948 genoot hij zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten van Brugge. Als jonge volwassene ging Gilbert aan de slag in het familiebedrijf alvorens af en toe als decorateur voor het Casino van Knokke te werken. Met dit werk kon hij zijn kunst wel niet tot uitdrukking brengen, maar het introduceerde hem onbewust in de artistieke kringen van die tijd.

Hij ontmoette er Robert Giron, de toenmalige Directeur van de Vereniging voor Tentoonstellingen van het Paleis van Schone Kunsten van Brussel, die de initiatiefnemer zou zijn van zijn eerste individuele tentoonstelling. Al zeer gauw ontwikkelde hij een voorliefde voor elementaire vormen, die de basis zouden gaan vormen van al zijn werken. Hoewel zijn eerste schilderijen realistischer waren – hij maakte heel wat naakten en silhouetten van personages –, was de geometrische esthetiek toch al duidelijk aanwezig. Vanaf de jaren vijftig vertoonden zijn werken een sterke abstracte inslag. Zijn eerste niet-figuratieve werken droegen de naam “compositie” en kregen een kleuraanduiding en een volgnummer mee. Door elk van zijn composities te bepalen aan de hand van een aantal geometrische vormen, legde hij zich in het begin van de jaren zestig definitief toe op de pure abstractie. Voor de kunstenaar was dit een belangrijke periode, die in het teken stond van ontwikkeling en onderzoek. In 1963 was Gilbert laureaat van de Prijs van de Jeune Peinture belge en werd zijn compositie “Funtona 63” door de jury als beste werk bekroond. Drie jaar later werden twee van zijn werken geselecteerd voor de Europa-Prijs voor schilderkunst in Oostende. In hetzelfde jaar nam hij deel aan het Salon des réalités nouvelles in Parijs.

In 1965 was hij medeoprichter van de groep D4, een verwijzing naar de vier dimensies, samen met Victor Noël, Emiel Bergen, Marcel-Henri Verdren en Henri Gabriel. Toen Jo Delahaut in het jaar daarop deel ging uitmaken van de groep werd de naam gewijzigd in “Geoform”, een benaming die verwijst naar de bedoeling van de kring. Decock bleef ernaar streven om de essentie te bereiken, wat ertoe leidde dat zijn oeuvre vanaf 1967 radicaal werd beperkt tot de dialoog tussen twee geometrische vormen: de cirkel en het vierkant. De confrontatie tussen die diametraal tegenovergestelde vormen – die zijn handelsmerk zullen blijven – vertegenwoordigt voor Decock het idee van een dialectische relatie tussen God en de mens, tussen het oneindige en het eindige, tussen de geest en de materie (Serge Goyens de Heusch). Maar meer nog maakt Decock door de samenvoeging van die vormen een eenwording van tegengestelden mogelijk die wordt uitgebreid tot een universelere symboliek: het gaat om de eenwording van natuur en cultuur, dynamica en statica, yin en yang. De superpositie van de cirkel en het vierkant, in alle mogelijke variaties, roept een heel aparte harmonie op, waar het denken totaal ontbreekt om plaats te maken voor een ascetisme in zijn zuiverste vorm. De kunstkritiek heeft Gilbert Decock dan ook “de schilder van de meditatie” gedoopt. De titels van zijn werken zijn trouwens geïnspireerd op denkers en spirituele meesters. Zo draagt een van de werken die op de tentoonstelling worden voorgesteld de titel “Savitar”, een naam die ontleend is aan een belangrijke hindoegod. Gilbert Decock is daarnaast ook de auteur van monumentale projecten. In 1978 deed Distrigaz een beroep op hem om een muurschilderij met gargantueske afmetingen (28 x 125 m) te maken. 7 Twee jaar later selecteerde de stad Brussel zijn project voor het metrostation Kunst-Wet. Zijn reliëf “ISJTAR”, dat nog altijd de muren van het station opsmukt, meet vier op zeventien meter.

Zijn werk en zijn technieken ontwikkelden zich onophoudelijk en bereikten hun hoogtepunt in de jaren negentig, toen de kunstenaar zich volledig aan minder starre constructies ging wijden, wat tot een nieuw dynamisme leidde. Die veranderingen werden in 1989 in de hand gewerkt door een verblijf van drie maanden in Parijs, waar hij talrijke tentoonstellingen bezocht en zich volop onderdompelde in nieuwe ontmoetingen. Hij ging voor zijn composities felle kleuren (rood, geel, paars) gebruiken die contrasteerden met donkerder tinten. De kunstenaar ging van ons heen op 23 september 2007.