Escher, Maurits Cornelis [2 ]

Leeuwarden, 17 juni 1898 - Hilversum, 27 maart 1972

Biografie: Maurits Cornelis Escher

Maurits Cornelis Escher (Leeuwarden, 17 juni 1898 - Hilversum, 27 maart 1972) was een Nederlandse kunstenaar die het meest bekend stond om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes. Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende geometrische patronen die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Vele van de werelden die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de Penrose-driehoek.

Escher werd geboren als de jongste zoon van de waterbouwkundig ingenieur George Arnold Escher en zijn tweede vrouw, Sarah Gleichman. Binnen het gezin werd hij Mauk genoemd. In 1903 verhuisde de familie naar Arnhem, waar Escher de HBS volgde. Hij was goed in tekenen, maar verder was hij geen goede student: hij doubleerde tweemaal en zijn resultaten waren pover. In 1919 ging Escher, die volgens zijn vader een wetenschappelijke opleiding moest hebben, in Haarlem studeren aan de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten. Al gauw schakelde Escher over naar de richting van de sierende kunsten, waar hij les kreeg van Jessurun de Mesquita, een Jood van Portugees-Joodse afkomst, met wie hij contact zou houden tot in 1944, toen De Mesquita door de nazi's werd vermoord. In 1922 verliet Escher de school.

Van dan af reisde Escher regelmatig en graag naar Spanje en vooral Italië, waar hij Jetta Umiker ontmoette, met wie hij in 1924 trouwde en die hem drie zonen zou schenken: George, Arthur en Jan. In deze zuidelijke landen tekende Escher landschappen (die hij zou gebruiken in latere werken) en planten, en in Spanje bestudeerde hij de Moorse decoraties. Escher en zijn vrouw vestigden zich in Rome tot in 1935, toen het regime van Mussolini voor Escher onaanvaardbaar werd, en de familie verhuisde naar Château-d'Œx 'in Zwitserland. Escher voelde zich niet thuis in Zwitserland en in 1937 verhuisde de familie naar Ukkel, nabij Brussel. In 1941 verhuisde de familie naar Baarn in Nederland, waar hij verbleef tot in 1970. Deze periode is Eschers meest productieve, enkel twee operaties weerhielden hem ervan prenten te maken. Eschers vrouw kon echter niet aarden in Baarn, en in 1968 verhuisde ze terug naar Zwitserland, waar ze de rest van haar leven zou doorbrengen.

In 1970 verhuisde Escher naar de Rosa-Spier-Stichting in het Noord-Hollandse Laren, een rusthuis voor bejaarde kunstenaars waar hij een eigen atelier had. Maurits Cornelis Escher overleed op 73-jarige leeftijd te Laren/Hilversum. Hij werd begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn.

Escher had een sterke voorkeur voor technieken waarbij men met een zwart vlak begint en zwart weghaalt. Escher gebruikte dan ook houtsnede, houtgravure, lithografie en (in mindere mate) mezzotint. Tijdens zijn HBS-opleiding maakte hij ook enkele lino's. Escher erfde van Jessurun de Mesquita een voorliefde voor houtsnede op langs hout, maar later (vanaf 1931) gebruikt Escher ook houtgravure (op kops hout), omdat men hiermee gedetailleerder kan werken. Houtsnede zou echter voor Escher een veelgebruikte techniek blijven.

In 1929 maakte Escher zijn eerste lithografie. Met lithografie kan men ook grijstinten gebruiken, maar het contrast is beperkt. In 1946 waagt Escher zich dan ook aan mezzotint, ook wel 'zwarte kunst' genoemd, omdat hiermee sterker contrast mogelijk is. Mezzotint vergde echter te veel geduld, en Escher zou in totaal slechts zeven mezzotinten maken. Escher bezat een grote technische vaardigheid. Een voorbeeld hiervan is de prent Draaikolken, waarin afbeeldingen van rode en groene vissen het vlak vullen. Beide kleuren werden afgedrukt met hetzelfde blok hout, maar bij het afdrukken van de ene kleur was het blok 180 graden gedraaid t.o.v. het afdrukken van de andere kleur.

In het begin was techniek belangrijk voor Escher (en dat zou ook zo blijven), maar op een gegeven ogenblik was technische vaardigheid niet meer het hoofddoel. Escher wil dan de wonderlijke ideeën in zijn hoofd uitdrukken in prenten, en techniek is hiervoor (slechts) een middel.

In Eschers vroegste werk vinden we vooral landschappen, waarvoor hij inspiratie vond in Italië, en ook wat stillevens en portretten. Pas vanaf zijn veertigste maakte Escher "Escheriaanse" prenten. Hieronder volgt een opdeling van de onderwerpen die typisch zijn voor Escher. De opdeling is artificieel, dekt niet alle prenten, heeft overlappingen en er zijn ook andere opdelingen gepubliceerd.

Met regelmatige vlakvulling bedoelt men een prent die volledig gevuld is met gelijkvormige figuurtjes die elkaar nergens overlappen. Escher inspireerde zich hiervoor op de Moorse kunstwerken zoals hij die zag in Alhambra in Spanje. In de Moorse kunstwerken waren de figuurtjes abstract, maar bij Escher stellen ze herkenbare dingen voor (meestal diertjes zoals reptielen, vissen en vogels). Soms transformeren de figuurtjes (bijvoorbeeld van vissen in vogels) zoals in de prent Metamorfose II, waarvan een verlengde versie in het hoofdpostkantoor van Den Haag geschilderd was. Dit doek heeft in totaal een spanwijdte die vijftig meter bedraagt. Andere voorbeelden van prenten waarin regelmatige vlakvulling wordt gebruikt zijn Lucht en water I, Lucht en water II en Dag en nacht. Escher maakte veel prenten met regelmatige vlakvulling en het bleef lange tijd een vruchtbare bron van inspiratie.

Twee dimensies, of drie dimensies? Een voorbeeld hiervan is de prent Tekenen. Enerzijds lijkt het alsof Escher een afbeelding heeft gemaakt van een eerste driedimensionale hand, die een tweede, tweedimensionale hand tekent, anderzijds lijkt het alsof de eerste hand juist tweedimensionaal is, en getekend wordt door de tweede hand, die driedimensionaal is. Een ander voorbeeld is Prentententoonstelling, waarop een man naar een prent kijkt waarop hij zelf afgebeeld is. Reptielen is een combinatie van regelmatige vlakvulling en de relatie twee dimensies - drie dimensies: Escher beeldt een openliggend schrift af, waarin een regelmatige vlakvulling getekend is, maar één van de reptieltjes in de regelmatige vlakvulling stapt uit het schrift en maakte een toertje op de tafel.


Een voorbeeld hiervan is Klimmen en dalen. Op deze prent lopen mensen op een soort wenteltrap met maar één wenteling, maar waarvan begin en einde aan elkaar zijn vastgemaakt, zodat de mensen steeds kunnen klimmen zonder ooit hoger te geraken. Andere voorbeeldjes zijn Belvedere, waarop een onmogelijke kubus wordt afgebeeld, en Waterval, waarop een onmogelijke driehoek wordt afgebeeld.

Escher had een voorkeur voor eigenaardige gezichtspunten. Een voorbeeld is Boven en onder, waarop eenzelfde tafereel vanuit twee verschillende gezichtspunten wordt bekeken. Oneindigheidsbenaderingen Voorbeelden hiervan zijn Cirkellimiet I, II en III, en Vierkantlimiet. Deze voorbeelden zijn allemaal regelmatige vlakvullingen, maar aan de randen worden de afgebeelde figuurtjes steeds kleiner, zodat er uiteindelijk schijnbaar oneindig veel figuurtjes afgebeeld zijn. Ringslangen is een ander voorbeeld hiervan.

Een voorbeeld hiervan is de prent Drie werelden; de drie werelden zijn: de bomen die weerspiegeld worden in de vijver, de bladeren die op de vijver drijven, en de vis die erin zwemt. Escher was ook gefascineerd door spiegelingen. In het werk van Escher vinden we dus veel kleurcontrast, structuur, symmetrie en spiegelingen terug.