Fabre, Jan

Antwerpen, 14 december 1958

Biografie: Jan Fabre

Hij maakte naam als tekenaar, operamaker, theaterregisseur, performancekunstenaar, choreograaf, scenograaf, schilder, beeldhouwer, installatiemaker en filmproducent. In elke specialiteit werkt hij, binnen een grote traditie, grensverleggend en grensoverschrijdend. Zijn artistieke opleiding genoot hij aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten (te Antwerpen) en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (te Gent). Fabre is zonder twijfel één van de belangrijkere beeldende kunstenaars van zijn generatie. Met zijn beeldend werk verliet hij de platgetreden paden en schiep een wereld die hij met recht de zijne mag noemen. Zijn gehele oeuvre heeft ondertussen internationale weerklank gevonden. Het cynisme en de ironie van de postmodernen is niet aan hem besteed. Hij is daarentegen niet bang voor de grote verhalen van het leven en de dood, het offer, de opstanding en de mislukking. Hij confronteert de toeschouwer met beelden van een huiveringwekkende schoonheid en brengt hem in vervoering. Men betitelt Fabre als een profane mysticus op zoek naar een spirituele dimensie, wat hem bindt aan de "oude meesters". Hij houdt van de schilderkunst uit de late middeleeuwen met besef van het memento mori, de allegorieën en het gevecht tussen de engelen en de duivel, telkens wederkerende thema's in zijn werk. Geen cynisme of ironie maar een zoektocht naar schoonheid is de sleutel tot zijn werk.

Als tekenaar staat hij bekend om zijn "Bic-art", tekeningen gewoon met de balpen, omheen alle mogelijke thema's.
In 1984 presenteerde de jonge Fabre in het vroegere Hasseltse Provinciaal Museum in vleugel '58 een tentoonstelling met bic-tekeningen, die later tot zijn huisstijl uitgroeiden. Daarop volgde het 'Tivolikasteel' (1990), Mechelen, 23x18x21m : een paviljoen helemaal beplakt met bebict papier. Hij vindt in deze specifieke kleur blauw een evenbeeld van het zgn. 'uur blauw', het moment tussen nacht en zonsopgang wanneer het nog niet licht is, maar ook niet meer donker. Dit is het uur waarop de wereld ontwaakt. De Bic wordt door Fabre niet alleen gebruikt voor het maken van tekeningen, hij gebruikt haar om allerlei dingen te bekrassen en hen zo in het rijk van het Uur Blauw binnen te loodsen. Fabre probeert om met dergelijke grote tekeningen de tekening te verzelfstandigen. De tekening wordt een sculptuur en omgekeerd. De tekening wordt een object waar men rond kan wandelen. Door het formaat wordt de tekening ook een ruimte die de toeschouwer volledig in een blauwe diepte trekt.

Er zijn de beelden in brons: "De man die de wolken meet", 1998, als installatie op het dak van het S.M.A.K. te Gent en De Singel te Antwerpen . Voor Beaufort 2006 plaatste hij De astronaut die de zee dirigeert met een beeltenis van Dirk Frimout bovenop het dak van het Kursaal te Oostende. De Belgische astronaut-wetenschapper gaat vanaf daar een dialoog aan met de zee. Maar vooral "Searching for Utopia": een vele keren uitvergrote schildpad met een naar de zee kijkend zelfportret-ruiter bovenop het schild. Het verwijst naar Utopia van Thomas More. Het indrukwekkende bronzen beeld is 7 meter lang, 3 meter hoog en weegt 5,5 ton. Het werk is permanent aanwezig op de dijk aan het strand van Nieuwpoort nu de stad dit werk heeft aangekocht na de installatie ervan in het kader van de kunsttriënnale "Beaufort 2003"

In 2000 beplakt hij de zuilen van de Gentse Universiteitsaula met echte ham. Dit werk heet "Benen van de rede ontveld", ham op zuilen, Universiteitsaula te Gent, 2000. Dit werk roept veel controverse op. Citaten uit de pers: "Daar honderden kilo's vlees tegenaan gooien, terwijl er mensen zijn die nog geen 100 gram kunnen kopen". Tegenstanders rukken er stukken vlees af. Er ontstaan relletjes, de politie moet tussenkomen. Vanaf de negentiger jaren begint hij met schilden van kevers te verwerken in zijn installaties. Zijn meest recente realisaties wekten algemeen ophef.

In opdracht van Koningin Paola van België installeert hij in 2002 "Heaven of Delight" in het Koninklijk Paleis van Brussel, een verwijzing naar "De Tuin der Lusten" van Hieronymus Bosch of "Garden of (earthly) delights" (Museo del Prado,Madrid). De creatie bestaat erin, dat men het plafond van de grote spiegelzaal en een grote luchter volledig belegd heeft met anderhalf miljoen groen-blauwglinsterende schilden van Thailands-exotische juweelkevers of de scarabee (sternocera acquisignata) waarbij de schitterende iriserende kleuren het gevolg zijn van de structuur der schilden. Assistenten vulden de schilden met zwarte silicone en kleefden ze geordend tegen het plafond. Door de aftekening van de letter P verwijst hij naar naar de opdrachtgeefster, koningin Paola. Het plafondwerk van Fabre is niet uit het niets ontstaan maar gaat terug op de fresco's uit de renaissance en de barok met de bekende fresco's van Michelangelo Buonarotti in de Sixtijnse Kapel (1508-12) te Rome in opdracht van Paus Julius II.


In 2004 realiseert hij "De Totem" op het Ladeuzeplein te Leuven in opdracht van de Katholieke Universiteit Leuven naar aanleiding van haar 575e verjaardag. Het werk bestaat uit een 23 m hoge roestvrije stalen priem die een reusachtige kever doorboort.

In de zomer van 2006 was er een tentoonstelling van recente sculpturen, installaties en films van Fabre in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Fabre inspireerde zich op de bestaande verzameling oude kunst, die hem reeds van bij het begin van zijn artistieke praktijk heeft beïnvloed. In de twintig monumentale tentoonstellingszalen confronteerde Fabre zijn kunst met het werk van o.a. Rogier van der Weyden, Lucas Cranach, Pieter Paul Rubens en Henri De Braekeleer. Aldus ontstond er een parcours van tekeningen, hommages, dialogen, transformaties die blijven boeien. Een indrukwekkende installatie heette "Boodschappers van de dood onthoofd", 2006. Het bestond uit zeven oogstrelende, listig kijkende uilenkoppen op een kraakwitte, lange koorbank in relatie tot de "Val van de opstandige engelen",1554 van Frans Floris.Een beklijvende installatie heette "Bloedneusfiguur", 2006. Verder een installatie met een vergulde spijkerman "Sarcofagus conditus", liggende aan de voeten van aartsengel Michaël, drakendoder en heer der engelenscharen afgebeeld op een 15de-eeuws retabel van een anonieme Catalaanse meester (1426-1450).

Op de biënnale van Venetië 2007 toont de kunstenaar een installatie "Ik spuw op mijn eigen graf". Fabre wendt een bewegende replica van zichzelf aan die boven een slagveld van zerken om de paar minuten een spuugwolk produceert. Alzo staat er een zelfbewuste kunstenaar die met levende kunst de dood tracht te overstijgen. Nochtans is het morbiede karakter ervan bedrieglijk, de zelfspot duidelijk. De tentoonstelling genoemd "Antropology of a Planet" loopt in het Palazzo Benzon.

In het voorjaar 2008 maakte de kunstenaar in het Parijse Louvre een dertigtal grote installaties die een confrontatie aangaan met werken van Vlaamse, Hollandse en Duitse meesters in de vijftien zalen van de Richelieuvleugel. Alzo ontstaat er via Fabres ingrepen een symbiose tussen zijn werkwijze en die van de klassieke meesters omdat het vaak over dezelfde thema's als godsdienst, het leven, de dood, het lichaam en het offer gaat. De achterliggende gedachte van de tentoonstelling wordt aangereikt door de titel L'Ange de la métamorphose waarbij de kunstenaar staat voor de engel van alle metamorphoses. Fabres werk blaast de oude werken nieuw leven in, poetst ze op en voorziet ze van zuurstof. Daarbij zijn de bekende thema's uit zijn podium- en beeldende werk zoals "Le Martyr de l'Art", "La Mort et la Ressuscité", "Le Guerrier de la Beauté", "Vanités", Reliquaires" en "Le Rôle de l'Artiste" plastisch vertaald in vaak spectaculaire werken. Vanaf 11 april 2008 breekt in het eerbiedwaardige Louvre de Fabre-manie los. Begin juli 2008 raakte bekend dat het Louvre, blij met de ontstane dynamiek die Fabres ingrepen in de collectie teweegbracht, zeer uitzonderlijk zinnens is een tentoongesteld werk te verwerven als een blijvende herinnering aan deze tentoonstelling. In dezelfde periode kocht de Australische zakenman David Walsh de aldaar tentoongestelde installatie genoemd Zelfportret als grootste worm van de wereld aan voor zijn in 2009 geplande Museum of Old and New Art in Hobart, Tasmanië, Australië. Het aangekochte werk is opgebouwd uit een aantal grafzerken met vermelding van insectennamen. Daarboven kronkelt een replica van een sprekende meterslange worm met het hoofd van de kunstenaar.

Op 19 september 2008 ontpopte de kunstenaar zichzelf zoals Marc Sleens Adhemar tot een dagbladverschijnsel toen hij de kans kreeg om voor één dag de lay-out en deels de inhoud van de krant De Standaard vorm te geven.