Heijden, J.C.J. Van Der [3 ]

Den Bosch, 23 juni 1928 - Den Bosch, 27 februari 2012

Biografie: J.C.J. Van Der Heijden

Nederlands non-figuratief beeldhouwer, collagekunstenaar, fotograaf, graficus en schilder.

De Brabantse wereldreiziger Vanderheyden, die rond 1960 als expressionist werkte, heeft vanaf het midden van de zestiger jaren van de twintigste eeuw een indrukwekkend en invloedrijk oeuvre opgebouwd dat bestaat uit schilderijen, fotokunst, video's, grafisch werk, publicaties, installaties en wat dies meer zij. Vanderheydens werken worden gekenmerkt door een abstraherende beeldtaal en een hoge graad van sensibiliteit. Hij onderzoekt op subtiele wijze de waarneming van fenomenen als licht, ruimte en tijd. Met minimale middelen zoals (horizontale) delingen, illusionistische vlakken, graduele verschuivingen, alsmede delicate verflagen en sterk contrasterende kleurvelden bouwt Vanderheyden fascinerende spanningsvelden op.

Vanderheyden onderzoekt in zijn werk de basisprincipes van het schilderen, maar tegelijk ook de wijze waarop we waarnemen. Grondslag van Vanderheyden's oeuvre is de waarneming van de wereld, en wat ons geheugen met die ervaring doet. Via foto's van landschappen genomen uit het raam van een vliegtuig, schilderijen van de horizon, en voorstellingen van een mogelijke microwereld (zwart-wit rasters, bonte ruitpatronen) legt Vanderheyden relaties tussen observaties van het oog, en de verwerking en opslag ervan in onze hersens. Zijn hele oeuvre is in feite een netwerk van verbindingen. Zelf heeft de kunstenaar het over de ervaring van twee categorieën: ruimte en tijd. Vanaf het begin van zijn kunstenaarschap maakt hij equivalenten voor die ervaring.

Zijn onderzoek naar het kijken begint in de jaren zestig. Met behulp van minimale vormen zoals vlakken en balken in wit, zwart of blauw, deelt hij het oppervlak van het doek zodanig in dat een maximale spanning ontstaat. Meerdere balken vormen samen een poort of een kader, een kruis of een teken. Door het schilderij op te delen in twee vlakken en die telkens opnieuw te verdelen in kleinere vlakken, ontstaan ritmische patronen in zwart en wit die doen denken aan schaakborden. Daarbij is Vanderheyden vooral geïnteresseerd in de wisselwerking tussen voor- en achtergrond.

Vanaf 1970 experimenteert Vanderheyden met fotografie, grafische druktechnieken, video en televisie, media die de werkelijkheid op een eigen, karakteristieke manier ‘reproduceren'. Aanvankelijk reproduceert Vanderheyden vooral zijn eigen werk, later gebruikt hij ook het werk van anderen zoals jeroen bosch, Pieter Breugel of Velasquez. Hij installeert zijn schilderijen in zijn atelier, fotografeert ze - al dan niet via een spiegel - of geeft ze met behulp van een videocamera op een monitor weer. De camera fungeert daarbij als oog waardoor de kijker via de weergave op de monitor niet alleen de ruimte, maar ook zichzelf waarneemt en daarmee onderdeel wordt van het werk. Deze waarnemingen dienen als uitgangspunt voor nieuwe bewerkingen, versies en interpretaties, waardoor steeds nieuwe schilderijen, foto's en drukwerken ontstaan.

Abstracte vormen worden figuratief, figuratieve vormen abstract. Zo ontstaan vanuit een verdeling in zwart en wit vanaf 1977 de ‘horizon-schilderijen', doeken in allerlei formaten en vormen waarin het zwart vervangen is door blauw. Tegelijkertijd begint Vanderheyden de horizon te fotograferen vanuit het raam van een vliegtuig.