Imandt, Willem

Sint Jansteen, 26 augustus 1882 - Den Haag, 17 juni 1967

Biografie: Willem Imandt

Imandt werd in 1882 geboren als oudste zoon van de hoofdonderwijzer van de openbare school in het katholieke dorp St. Jansteen in Zeeuws-Vlaanderen. Zijn vader speelde een belangrijke rol in het ontluikende culturele en sportieve leven van het dorp, als oprichter van de toneel- en fanfare vereniging en de ijs- en fietsvereniging. In dat culturele en sportieve milieu groeide Willem op. Hij toonde al vroeg artistieke aanleg, wat blijkt uit tekeningen van toen hij 12 was. Het was rond deze leeftijd dat zijn oom, een timmerman die in Nederlands-Indië had gewerkt, een tijd op het dorp woonde en Willem over het Nederland achter de horizon vertelde. Dat prikkelde zijn fantasie en deed hem dromen over de vulkanen, bergen, bomen en rotskusten die hij later zou schilderen. Na de lagere school volgde hij een onderwijzersopleiding aan de Rijksnormaalschool in het nabijgelegen Axel. In 1901 werd hij als onderwijzer benoemd aan een school in Amsterdam waar hij ook zijn militaire dienstplicht vervulde. Hij volgde er les voor de hoofdakte aan de gemeentelijke kweekschool en verkeerde er in artistieke milieus. In 1904 vestigde hij zich terug in het Zeeuws-Vlaamse, waar hij les gaf op een aantal scholen. In zijn vrije tijd haalde hij zijn akte tekenen in Den Haag en zijn hoofd- en gymnastiek-akte in Breda. Ook penseelde hij er zijn eerste Haagse schoolachtige schilderijen van meren en bossen. Nadat hij in Amsterdam verliefd was geworden op de Friese zangeres Eliza Robijns ging hij daar weer aan de slag. In 1908 solliciteerde Willem op een onderwijzersbaan in Nederlands-Indië. Willem Imandt gaf eerst les op Celebes en uit deze tijd stammen zijn eerste Indische doeken. Hier werd in 1910 de eerste zoon geboren van een gezin dat in de loop der jaren uitgroeide tot zes kinderen. In dat jaar werd hij benoemd als onderwijzer aan de openbare Hollands-Chinese school in Yogyakarta.

In 1916 nam hij ontslag uit de koloniale dienst en tot zijn pensionering, in 1929 op 47-jarige leeftijd, was hij hoofdonderwijzer en tekenleraar bij het katholiek onderwijs in Nederlands-Indië. Bij Imandts terugkeer naar Europa in 1929 pakte kunsthandel Bos uit met een solotentoonstelling die vier maanden duurde en waar veel werk werd verkocht. Imandt vestigde zich met zijn gezin in Sint-Gillis-Waas, enige kilometers van zijn geboorteplaats in België, waar hij een fraai huis met atelier betrok dat hij Insulinde doopte. Kortom, Imandt kwam als een gefortuneerd man terug uit Nederlands-Indië waar hij een van de bekendste Westerse schilders was geworden.

Hij kon zich nu volledig op zijn werk concentreren. Zijn voornaamste onderwerp bleef Indië, maar door reizen rond de Middellandse Zee kregen sommige doeken een oriëntalistische inslag. Hij leefde een vrij teruggetrokken bestaan en verkocht vooral schilderijen aan kennissen en familie in zijn geboortestreek. Pas in 1935 ontdekte een Vlaamse journalist de ‘Indische schilder’ die toen op het hoogtepunt van zijn kunnen stond. Hoofdreden voor zijn terugkeer was de scholing van zijn zoons en dochters in Nederland. Met de dreiging van een nieuwe wereldoorlog en zijn zoons in de cultures in Nederlands-Indië besloot Imandt in 1938 terug naar Insulinde te keren.

In 1942 werd hij geïnterneerd in een Jappenkamp en in 1946 keerde hij berooid terug naar Nederland, waar hij in Den Haag ging wonen. Hij leefde er van zijn pensioen, maar verkocht ook nog wel incidenteel schilderijen met Indische motieven. In 1954 kreeg hij op 72-jarige leeftijd een overzichttentoonstelling in de zalen van Hoogovens. Imandt stierf in 1967 in Den Haag.