Israels, Jozef

Groningen, 27 januari 1824 - Den Haag, 28 augustus 1911

Biografie: Jozef Israels

Jozef Israëls was van Joodse afkomst en was een van de voornaamste Nederlandse schilders uit de Haagse School. Hij was niet alleen schilder, hij maakte ook etsen en lithografieën en schreef. Al op elfjarige leeftijd kreeg hij les van de landschapschilder J. Bruggink, die verbonden was aan de Academie Minerva te Groningen. J.J.G. van Wicheren was zijn tweede leermeester in 1836 en in 1838 kreeg hij schilderles van C.B. Buys. Hij was nauwelijks achttien jaar, toen hij in de leer ging bij Jan Adam Kruseman te Amsterdam en bij Jan Willem Pieneman. Hij bleef er wonen, behalve een paar onderbrekingen, tot 1871. Hierna werkte hij in Den Haag. Van 1845 tot 1847 verbleef hij in Parijs. In het atelier van de Franse François Edouard Picot werd hem het romantische historieschilderen bijgebracht. Louis Gallait en de Franse Nederlander Ary Scheffer oriënteerden hem eveneens naar het Romanticisme toe. Ook Horace Vernet en Paul Delaroche bepaalden zijn oorspronkelijke werk. Hij ontmoette er echter ook Johan Jongkind en de schilders van Barbizon. Terug in Den Haag waren het echter zijn voorstellingen van eenvoudige mensen, vooral dan uit het vissersleven van Zandvoort en Katwijk, die tot zijn roem zouden leiden. Hierbij was zijn keuze enigszins beperkend, terwijl echter de sfeer overheersend was. Het pathetische Verdronken Visser, uit 1861, in de National Gallery van Londen of het romantische The Cottage Madonna, uit 1867, in het Institute of Arts van Detroit, naast zijn landschappen als Na de Storm, ook uit 1867, in het Stedelijk Museum van Amsterdam, zijn frappante creaties uit zijn kunst. Thema`s uit het Judaïsme, als Joodse bruiloft, uit 1903, in het Joods Historisch museum, bruikleen van het Amsterdamse Rijksmuseum, getuigen van zijn Joodse interesse. Na 1871, toen hij in Den Haag ging wonen, raakte hij nauw bevriend met Hendrik Willem Mesdag. Zo waren ze samen betrokken bij de oprichting van de Hollandse Teekenmaatschappij in 1876 en speelden ze een voorname rol in de Haagse Pulchri Studio. In 1903 begeleidden ze, samen met Willem Maris, Johan Hendrik Weissenbruch naar zijn laatste rustplaats op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Op 12 december 1903 schreef Jozef Israëls in zijn dagboek: Heden Zaterdag, mijn uitgaansdag heerlijk mooi weer. Bij Mesdag schilderijen gezien die hij onderhanden had, ook bij mevrouw het atelier bezocht, prettig gebabbeld, veel over componeren van een schilderij verteld. Tot 1885 leidde hij zijn zoon Isaac Israëls op, die geboren was in 1865. Hierover schreef hij: Met de hulp van de Heer zal hij een beter schilder worden dan zijn vader. Na 1885 ging Isaac zijn eigen weg, in Amsterdam en werd er, samen met George Breitner, het beroemde tweetal van de Amsterdamse Impressionisten. Hij maakte een reis in Spanje, van 1897 tot 1898, en schreef hierna zijn reisverhaal, aan de hand van zijn talrijke tekeningen.

Kunststromingen: Haagse school, Larense School