Kop, David Van De

Den Haag, 3 november 1937 - Dreischor, 14 september 1994

Biografie: David Van De Kop

David Vandekop of David van de Kop was een Zeeuwse tekenaar en beeldhouwer. David's atelier is een grote Zeeuwse schuur, stond in Zeeland. Hier had hij contact met de natuur, het land, de zee, schelpen en de zon: allemaal elementen die hij veelvuldig gebruikte in zowel zijn beelden als zijn aquarellen. Tijdens zijn leven hield Vandekop een schetsdagboek bij waarin hij alles vastlegde wat hem tijdens zijn dagelijkse wandelingen in de natuur trof. Het steeds veranderende licht, de beweging van de golven en wolken inspireerden hem telkens weer tot het maken van nieuwe vormen.

Vandekop doorliep de Haagse Koninklijke Academie waar hij onder andere les kreeg in ruimtelijke vormgeving van Carel Visser. Tekenen deed hij al zijn hele leven, een passie die dan ook de basis vormde voor al zijn verdere werk. Zijn eerste sculpturen waren strenge minimalistische vormen in brons en ijzer. In deze vroege werken was de invloed van Carel Visser nog duidelijk waarneembaar. Associaties met een voorwerp, vorm of gestalte uit de werkelijkheid plaatste hij in harmonie met de omringende ruimte. De overgang naar keramiek had voor Vandekop vooral te maken met het feit dat het makkelijker bewerkbaar is en daarbij kon hij het voorzien van kleur wat bij ijzer slecht lukte.

Een keramiek element in Utrecht op het Smakkelaarsveld, nabij Centraal Station. Het geheel bestaat in totaal uit vier elementen. In zijn latere sculpturen in onder andere keramiek en hout vond Vandekop zijn eigen handschrift. Door het loslaten van de geometrische vormen werden zijn beelden speelser, lyrischer en schetsmatiger. Maar ook veelvormiger en complexer. Het keramische beeld dat onlangs op het buitenterras bij het restaurant in het hoofdgebouw van TPG Post geplaatst is, werd in 1984 in opdracht gemaakt van de toenmalige PTT Post voor het voorsorteercentrum in Maarssen. Ook bij dit beeld liet Vandekop zich door de Zeeuwse natuur inspireren, zoals te zien is aan de organische vormen. Het bestaat uit verschillende elementen in blauw, groen en wit. Zij symboliseren respectievelijk het golvende water, het uitgestrekte groen van de Zeeuwse weiden en het wit van de architectuur. Het rood van de ongeglazuurde klei moet de aarde zelf verbeelden. Velen zullen wel eens een soortgelijk beeld van Vandekop uit deze periode gezien hebben, ze staan bijvoorbeeld bij het Centraal Station in Utrecht. Hij werkte veel voor de openbare ruimte in Nederland.

Niet alleen de natuur speelde een rol in het werk van Vandekop, ook was hij geïnteresseerd in de klassieke mythologie. Na 1975 kreeg de mens een plaats in zijn werk in de vorm van (geabstraheerde) mythologische personages zoals Leda met de Zwaan (1991), Danaë (1988), Dionysos (1991) en ook Magdalena (1988).  Magdalena is opgebouwd uit drie gestapelde houten losse elementen in blauw, geel en wit, die net als het keramiekbeeld in elkaar grijpen en daardoor toch een geheel vormen. De ambachtelijke manier waarop hij met het materiaal omging, is kenmerkend voor Vandekop. Al zijn houten beelden die eind jaren tachtig van de twintigste eeuw ontstonden bestaan uit losse elementen en zijn grof van vorm. Deze manier van bewerken past bij de aard van het hout. Het massieve blok geeft als het ware zelf al aan wat de mogelijkheden zijn. In dit geval komt uit het robuuste bovenste blauwe blok een deel van het hoofd en de naakte torso van Magdalena tevoorschijn.

Zijn tekeningen en aquarellen vormens een samenhang met zijn beelden. Hij maakte er gebruik van eenzelfde kleurpalet maar ze komen minder massief over dan zijn beelden. Vandekop werkte zijn tekeningen nooit volledig uit omdat hij ze niet letterlijk naar de werkelijkheid wilde laten verwijzen. Het ging hem om het vereenvoudigen van de ruimte in pure vorm en kleur. De eenvoudige maar subtiele manier waarop Vandekop verschillende elementen uit de natuur bij elkaar wist te brengen in een nieuwe ruimte - van aquarel, sculptuur of tentoonstelling - geeft zijn werk iets directs en nodigt uit tot kijken.