Kraijer, Juul

Assen, 1970

Biografie: Juul Kraijer

Kraijer wordt als 16-jarige aangetrokken tot de schoonheid van de Indiase miniaturen. Het boek Indian Love Paintings is al vroeg een belangrijke inspiratiebron. Eén schets uit dit boek heeft meteen haar speciale aandacht en is achteraf dan ook te zien als één van de uitgangspunten voor haar latere oeuvre. Nadat ze van 1989 tot 1994 een studie heeft gevolgd aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam, krijgt ze een beurs aangeboden voor een reis naar India. Deze reis, maar ook de reizen die ze later onderneemt, zijn van grote betekenis voor haar werk. De vrouwen in Kraijers tekeningen zijn universele figuren. Het zijn personificaties, ze belichamen gemoedstoestanden en lijken zich altijd in het luchtledige te bevinden. Zo maakte Kraijer een tekening van het gezicht van een vrouw wier hele gezicht bedekt is met uitstekende tongen. De talloze tongen versterken het afwerende gebaar. De zachte lijnen waarmee Kraijer deze indringende, zuivere voorstelling neer heeft gezet, zorgen ervoor dat de verbeelde emotie voelbaar wordt.

Opvallend is het feit dat de vrouwen die Kraijer afbeeldt, in fysiek opzicht niet perfect zijn. Bijna alle tekeningen stralen zo een zekere kwetsbaarheid uit. Hun fragiliteit wordt benadrukt door de delicate techniek: houtskool op papier, incidenteel aangevuld met inkt. In de langzaam opgebouwde composities zijn sporen van eerder geschetste lichaamshoudingen zichtbaar. Dit wijst erop dat bij Kraijer aan elke tekening een proces van grote precisie en concentratie voorafgaat.