Meursing, Wicher

Amersfoort, 8 juli 1928 - Amsterdam, 30 mei 2015

Biografie: Wicher Meursing

Wicher Meursing volgde zijn beeldhouwopleiding achtereenvolgens aan de Koninklijke Academie in Den Haag en de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Op het eerste instituut leerde hij een beeld in klei op te bouwen volgens de ‘dubbeltjes-en-gulden techniek' het opbrengen van platgeslagen bolletjes klei van verschillende grootte, waarbij het de bedoeling was dat deze techniek van klei opbrengen zichtbaar bleef. Op de Rijksakademie had men een andere visie. Zo leerde Meursing van professor V.P.S (Piet) Esser de vormstudie door te werken tot een gladde huid.

Na zijn academietijd in 1955 bleef Meursing tot eind jaren zestig boetseren. Maar steeds meer kreeg hij het gevoel dat boetseren te beperkend was voor wat hij wilde: beweging in zijn beelden. Zijn eerste kinetische objecten waren rollende en springende vormen. Beelden die zichzelf maken en waarvan de in het beeld weggewerkte aandrijfbron het formaat bepaalt. Ondanks hun abstractie hebben ze iets menselijks en roepen ze bij de kijker een ‘oh-wat-lief reactie' op. Deze kinetische objecten zorgden begin jaren negentig voor een opdracht voor een bewegend buitenbeeld. De opdracht bleek een doorbraak. Het werd de eerste van zijn monumentale maar toch ranke door de wind bewogen abstracte objecten. Meursing noemt zichzelf wel beeldhouwer, maar karakteriseert zijn werk als ‘bewegende objecten'.

Meursing is geïnteresseerd in dingen die goed geconstrueerd zijn. Hij noemt de Franse beeldhouwer Jean Tinguely dan ook iemand die spot drijft met de techniek, terwijl hij die zelf juist omarmt. In de moderne beeldhouwkunst kan hij geen beeldhouwer noemen die een inspiratiebron voor hem is. Eigenlijk heeft hij nog steeds de meeste bewondering voor de pioniers van het begin van de twintigste eeuw: Constantin Brancusi, Jacques Lipchitz, Naum Gabo en Jean Arp.

Een nieuw werk beschouwde Meursing steeds weer als een experiment dat moet slagen. Het toeval speelt dikwijls een rol. Hij gebruikt lichte materialen, zoals aluminium gecombineerd met RVS. In zijn vroege werk boetseerde Meursing vaak vogels, omdat die hem de meeste vrijheid boden voor zijn drang naar beweging in de ruimte. Zijn kinetische objecten maken het echt mogelijk aan die drang te beantwoorden, die beweging in de ruimte te realiseren.
(Tekst: Sya van 't Vlie)

Werken in het archief (0 )

Geen werken in het archief gevonden.