Motz, Wim [4 ]

5 augustus 1900 - 19 mei 1977

Biografie: Wim Motz

"Als ik schilder ben ik gelukkig." Wim Motz (1900-1977) legde tijdens zijn leven een enorme productiviteit aan de dag. Zijn werkdrift leidde hem van het impressionisme naar het expressionisme, van pure abstractie weer terug naar de herkenbare werkelijkheid. Zijn opstandige aard laat zich verraden in zijn werkwijze. Wim Motz, naast schilder ook graficus, zette zijn onderwerpen vol dynamiek en hartstocht op het doek en papier.

Pas op 37-jarige leeftijd begon Motz, geboren Rotterdammer, zijn loopbaan als kunstenaar. Hij volgde tekenlessen bij Jan van Straten. In Motz trof Van Straten een dankbare leerling, die een enorme inhaalslag probeerde te maken. Zijn opleiding bestond tot dan toe alleen uit de lagere school. Daarna volgden ettelijke banen. "Ik werkte in een tuinderij, als kermisreiziger, maar ook in de mijnen van België. Ik stond als koopman op de markt en ging later behangen en schilderen." Zijn nimmer aflatende drang om zich te uiten in de beeldende kunst, leidde hem naar een nieuw bestaan, dat van kunstenaar. En niet zonder succes. Hij exposeerde in Amerika, Canada, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, België en Nederland.

Van Straten leerde hem wat beeldende kunst is. "Ik dacht eerst dat het om naschilderen ging, maar bij hem leerde ik dat je het zelf moet ondergaan.''Aanvankelijk schilderde Motz niet natuurgetrouwe, maar toch makkelijk herkenbare voorstellingen, zoals haven- en industriegezichten. Hij maakte vier jaar lang (1954-1958) onderdeel uit van de groep ‘De vier Rotterdammers'. Van het figuratieve en direct-herkenbare stapte hij vervolgens over op totale abstractie. Als lid van de ‘Ara-groep', maakte hij zich de techniek van de lithografie eigen. Naast kleurenlitho's maakte hij ook zwart-witte steendrukken. De techniek van linoleumsneden beheerste hij al.

Door het loslaten van de figuratie kon Motz zich geheel storten op lijn en kleur, de grondbeginselen van de kunst. Hij ontkiemde zich tot een ware emotionalist. Met veel hartstocht, op een driftige wijze, zette hij zijn onderwerpen op doek en papier neer. Voor zijn schilderijen gebruikte hij een metseltechniek. Net als zijn grote voorbeeld De Staël bracht hij de verf met een spatel op het doek aan. ‘Schilder van de kleur', werd hij ook wel genoemd.

 

Hoewel Motz tot het abstracte genre gerekend kan worden, vormden toch de indrukken van het landschap, in het bijzonder het waterlandschap, de havens en de rivier de bron van zijn inspiratie. Halverwege de jaren zestig maakte hij binnen zijn werk weer plaats voor de figuratie. "Ik heb weer verlangen naar herkenbare vormen gekregen (....) Ik wil tegemoet komen aan de beschouwer." Tekst: Corien van Eyck van Heslinga